Ooievaar
De ooievaar (Ciconia ciconia) is een grote zwart-witte vogel. Hij heeft lange rode poten en een lange rode snavel. We weten niet precies hoe oud de ooievaar kan worden, maar zeker wel 30 tot 35 jaar. Op het menu van deze vogel staan kikkers, muizen, insecten en wormen. Die zoekt hij in vochtige, open gebieden, zoals weilanden en hooilanden. Ook zie je de ooievaar soms op de vuilstort. Daar komt hij als het erg droog is. Zijn normale voedsel, zoals kikkers en muizen, is dan niet te vinden. De ooievaar bouwt zijn nest op een hoge plek. Hij maakt op gebouwen een groot nest met grove takken. Of hij maakt gebruik van nesten op palen die door mensen zijn neergezet.
Voorkomen
De ooievaar was in Nederland in de vorige eeuw bijna uitgestorven. Daarom werden ze bijgevoederd en kwamen er kweekstations. Daar werden ooievaars gefokt en uitgezet, hierdoor nam het aantal ooievaars weer toe. Ook hielp het dat de omstandigheden verbeterden op de plekken waar de ooievaar overwintert.
De ooievaar komt overal in Nederland voor, maar vooral in Zuid-Holland, het noorden van Overijssel en in het rivierengebied. Vroeger overwinterden ooievaars in Zuid-Europa of Afrika, maar steeds vaker blijven ze het hele jaar in Nederland. Broedparen vind je maar weinig in Apeldoorn. Behalve op de nestpalen, bijvoorbeeld aan de Veldbrugweg, Landgoed Woudhuizen ’t Schol en de Woudweg. Je ziet de ooievaar wel vaker terwijl hij rust of eet. Langs de A50 op een lantaarnpaal bijvoorbeeld. In de gemeente Voorst, ten oosten van Apeldoorn, kun je de soort vaker tegenkomen.
Bedreigingen en kansen
In gebieden waar de komende jaren meer natuur komt, zoals het Beekbergerwoud en Weteringsebroek, kunnen meer nieuwe broedparen komen. Hier zijn al nestpalen neergezet.